< Terug naar overzicht

Column Ward Roozenburg GooiWoonNieuws, februari 2016

Een schoon en opgeruimd huis zijn de key words voor een goede bezichtiging. Verkoper heeft er alles aan gedaan om zijn huis zo goed mogelijk te presenteren en kijker voelt zich welkom. Dat sommigen hierin ietwat doorslaan bewijst een bezichtiging die ik ooit begeleidde bij een woning van werkelijk alleraardigste cliënten.

Alles was er aan gedaan om hun huis klaar te maken voor de rondleiding en ik was tevreden. Toen ik terugreed naar kantoor, passeerde mij een brandweerwagen met loeiende sirenes in tegengestelde richting. Mijn secretaresses wisten mij te vertellen dat er op de website van de hulpdiensten stond dat er een binnenbrand was uitgebroken op het adres waar ik net bezichtigd had. Ik heb meteen de verkopers gebeld en wat bleek? Ze hadden het nachtlampje dat normaliter op het nachtkastje stond onder het dekbed gelegd omdat het kapje kapot was en een lamp met enkel een peertje stond niet zo fraai vonden ze. Het lampje heeft brand veroorzaakt onder het dekbed. Gelukkig liep het met een sisser af maar ik ben goed geschrokken kan ik u vertellen! In opruimen kun je dus ook een beetje doorslaan…

De andere kant van de medaille maken we ook vaak genoeg mee. Zo namen mijn compagnon en ik, vlak na de start van ons kantoor, een huis in de verkoop van een dame die daar woonde met haar twee volwassen zoons. Ze had haar best gedaan haar woning op te ruimen. Toen we vroegen of we de rest van het huis mochten zien, werd ze zichtbaar een beetje zenuwachtig. Op de eerste verdieping was er nog niks aan de hand. Toen ze ons echter voorging naar de zolder begrepen wij waar haar onrust vandaan kwam. Dit was het domein van haar oudste en daar kwam ze bij voorkeur niet zo vaak. Het was een uitdaging om de kamer te bereiken. De vloer was bezaaid met spullen, van servies en kleding tot niet nader te noemen tijdschriften. Aan de muren prijkten posters van schaars geklede dames met nietjes door hun navel die zorgvuldig uit de eerder genoemde tijdschriften waren gescheurd. Hink-stap-sprong bewogen we ons door de kamer. Verontschuldigend haalde moeders haar schouders op en sprak de legendarische woorden: “Hij is wel lief…”. U begrijpt dat mijn compagnon en ik elkaar pas weer aankeken toen we in de auto zaten!

Tot volgende keer,
Ward